Posts tonen met het label beeldhouwkunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label beeldhouwkunst. Alle posts tonen

zaterdag 8 december 2012

Mari Andriessen


In 1952 werd in Amsterdam een standbeeld geplaatst dat gestalte gaf aan de onverzettelijkheid van onze strijd tegen de Duitse bezetter en dat bijna door iedereen gekend wordt.

Dit beeld De dokwerker is vervaardigd door Mari Andriessen, die op 7 december 1979 overleed in zijn geboorteplaats Haarlem.

Mari werd op 4 december 1897 geboren uit een kunstzinnige familie. Zijn vader was de musicus Nico Andriessen en ook zijn twee broers werden zeer bekend op dit vlak; Willem was een bekend pianist en Hendrik een beroemd componist.

Hij volgde zijn opleiding aan de Rijksacademie van Beeldende Kunst in Amsterdam, waar hij o. les kreeg van Jan Bronner.
Net zoals zoveel kunstenaars weigerde hij een ariërverklaring af te leggen en tevens om lid te worden van de Kultuurkamer. Opdrachten en exposeren mocht hij dus niet, bovendien bood hij onderdak aan oodse onderduikers.

Opdrachten na de oorlog kreeg hij na de oorlog wel o.a. voor het maken van een oorlogsmonument. Hij ging hierbij uit van het adagium: een beeld moet helder en overzichtelijk zijn en men was gecharmeerd van zijn beelden en kreeg naast de gemeenten vooral uit katholieke kring veel opdrachten,  
 
Hij heeft in tal van gemeenten verzetsmonumenten kunnen plaatsen. Hij plaatste de moderne mens bijna altijd in een vrije ruimte en in zijn krachtige, dramatisch-ingetogen beelden laat hij geen ruimte voor teveel details; hij gebruik alleen maar plastische middelen.


Hij behoort dus duidelijk tot de traditionele figuratieve beeldhouwers die zich verenigden in De Groep. Nog tijdens zijn leven kreeg hij tal van eerbewijzen.

donderdag 22 november 2012

Piet Esser






Deze karakteristieke opname van een man die zijn schepping beziet is van de Nederlandse beeldhouwer Piet Esser,
18 november overleed in Saint-Cybranet.

Geboren op 9 maart 1914 in Baarn volgde hij van 1934 tot 1939 lessen bij Jan Bronner aan de Rijksacademie van beeldende kunsten in Amsterdam. In 1938 naam hij deel aan de Prix de Rome en behaalde een zilveren medaille.

Zijn naam was inmiddels gevestigd en in 1947 werd hij benoemd tot opvolger van Jan Bronner als hoogleraar aan de Rijksakademie. Deze functie oefende hij uit tot 1979. Bekende leerlingen daar waren Jan Wolkers en Jon Gardella.
Algemeen wordt hij beschouwd als een groot beeldhouwer van portretten en daarnaast specialiseerde hij zich ook op de penningkunst.

Men rekent hem tot de groep van figuratieve abstractie. Bekende portretten van hem zijn:  Charlotte van Pallandt, Jan Buys en Else Mauhs.
Zijn levenspartner was de kunstenaresse Dora Esser-Wellensiek. 

zondag 3 juni 2012

Willy Mignot



" een vergeten beeldhouwer"


In het plaatsje Laren staat in het plantsoen van van de Johanneskerk een beeld van een schaapherder dat vervaardigd is door de beeldhouwer Willy Mignot, die op 2 juni 1972 is overleden. Hij was de zoon van de eigenaar van een sigaren-en sigarettenfabriek, een vermogend man die van kunst hield. Hij verzamelde Nederlandse kunst uit het einde van de 19de en begin 20ste eeuw. Hij liet zich hierbij adviseren door de toenmalige bekende kunstkenner H.P.Bremmer.

Zoals vaak in dergelijke milieus wilde vader Mignot dat zoon Willy hem zou opvolgen in de zaak maar deze had helemaal geen interesse in de zaak en bovendien waren zijn schoolprestaties zeer middelmatig en slaagde hij met grote moeite voor zijn middelbare examen.

Toen hij dan ook te kennen gaf dat hij naar de kunstacademie wilde waren zijn ouders daar niet erg enthousiast over. Om hem daarvan te weerhouden probeerde hij hem nog over te halen te kiezen voor een militaire carriëre. Maar Willy weerstond ook deze poging en ging toch naar de Kunstacademie in Amsterdam.

Men vond hem daar een buitenbeentje vanwege zijn sociale-en culturele achtergrond en kreeg er weinig vrienden; alleen met de beeldhouwer Pieter d'Hont onderhield hij vriendschapsbanden. Deze herkende namelijk direct zijn grote talent.

Hij vestigde zich in 1947 in Laren en raakte er bevriend met twee beeldhouwers woonachtig in deze plaats nl. Kees Schrikker en Toon Raedeker.
Slechts zelden nam hij deel aan tentoonstellingen; bij zijn werken werd hij dikwijls geassisteerd door Cees Snoey, een echte ambachtsman die vaak in zijn atelier aanwezig was en samen dronken ze ook dikwijls een borrel in het toenmalige jazzacafé Blom ( het tegenwoordige restaurant Vollebregt ) gelegen tegenover het Singermuseum.

Bekende werken van hem zijn een 8,5 meter lan in steen gebeeldhouwd fries in het station van Eindhoven ( 1956 ) en het aan het begin van dit artikel genoemde monument De Schaapsherder naast de Hervormde Kerk aan de Naarderstraat in Laren.

woensdag 4 april 2012

Constantin Meunier



4 april 1905 overleed de maker van dit beeld te Elsene en mijns inziens hebben we hier te maken met een prachtig werk. Maker ervan is de Belgische beeldhouwer, schilder en graficus Constantin Meunier.

Hij werd in Elsene geboren en al op jonge leeftijd d.w.z. rond zijn 14de ging hij studeren aan de Academie in Brussel; aansluitend ging hij drie jaar werken in het atelier van de beeldhouwer Charles Auguste Fraikin.

Maar het was de schilderkunst die hem steeds meer aantrok om zich daarin te bekwamen ging hij studeren bij Francois-Joseph Navez.
Aan het begin van zijn schildersbestaan maakte hij voornamelijk religieuze- en historiestukken; een voorbeeld van deze stukken kunnen we zien in de kerk van Sint Pieters Kapelle, waar zijn kruisweg hangt.

In de periode van oktober 1882 tot april 1883 verbleef hij in het zuiden van Spanje. Bij zich had hij de opdracht van de Belgische regering om een Kruisafneming van Pedro Campana na te schilderen. Maar hij hield zich vooral bezig met het vastleggen alles wat hij in Andalusië zag.
Hij ging er om met andere Belgische schilders zoals Theo van Rysselberghe, Frantz Charlet, die vanuit Andalusië doorreisden naar Marokko.
De schrijver Camille Lemmonnier vroeg hem om illustraties te maken voor diens boek La Belgique, dat als onderwerp de Belgische mijnstreek had. Om goed beslagen ten ijs te komen bezocht Meunier de steenkoolmijnen in de Borinage en het lot van de arbeiders in deze steenkoolindustrie trof hem. Vanaf deze tijd ging hij deze arbeiders vastleggen op zijn doeken en in zijn beeldhouwwerk. Dat deed hij op een zeer realistische wijze. In 1880 liet hij dit realistische werk zien op een tentoonstelling in Gent.

In 1884 ging hij zich weer wijden aan beeldhouwen. Hij meende dat hij in deze kunst de thematiek van het zware bestaan van de arbeiders beter kon weergeven. Een voorbeeld van dit realisme is De Buildrager uit 1885, dat op een geweldige wijze het zeer zware bestaan van een havenarbeider uitdrukt.

Het Leuvense stadsbestuur benoemde hem in 1887 tot leraar aan de plaatselijke academie; men kwam het tegemoet door het ter beschikking stellen van een huis en een atelier. Door het vaste salaris wat hij kreeg, was hij in staat zich heel intensief bezig te houden met zijn schilder-en beeldhouwwerk.

In 1887 werd de steenkoolmijn La Boule getroffen door een grauwvuurexplosie die liefst 140 mijnwerkers het leven kostte. Meunier heeft het moment dat een moeder haar zoon herkende vastgelegd in een indrukwekkend bronzen beeld Het grauwvuur.

In 1889 werd in Laken een monument opgericht dat de naam Monument van de Arbeid kreeg en Meunier maakte ervoor de beelden. Hiermee was zijn naam voorgoed gevestigd. Hij maakte in de volgende jaren talrijke beelden als eerbewijs aan de arbeider.

Nadat hij zich in 1895 weer in Brussel was gaan wonen, kreeg hij in 1896 een tentoonstelling in Parijs, die zeer succesvol was. Hoewel hij als schilder ook prachtige doeken maakte in sociaal realistische stijl, werd hij veel bekender als beeldhouwer. In 1900 vestigde hij zich in Elsene, waar hij in de Abdijstraat een huis met atelier liet bouwen. Daar woonde hij nog 5 jaren en overleed er op 73 jarige leeftijd.