maandag 5 oktober 2015

koormuziek



Tijdens het concert dat het Kamerkoor Vianen op 8 november geeft in De Hoeksteen zingen we muziek van Nederlandse componisten; een daarvan is Johan Wagenaar. Deze componist werd in 1862 in Utrecht geboren. Hij was het vierde kind van de zes buitenchtelijke kinderen die Cypriaan Hengst verwekte bij Johanna Wagenaar. Hij heeft deze kinderen nooit gewettigd, maar hij onderhield ze wel. Op 13 jarige leeftijd begon hij met het volgens van orgel-en compositielessen bij Richard Hol. Na het behalen van het diploma ging hij aan de Utrechtse Muziekschool werken als leraar piano, maar ondertussen vervolgde hij zijn orgelstudie bij Samuel de Lange. Toen Hol in 1904 stierf volgde Wagenaar hem op als dirigent van het Toonkunstkoor Utrecht en daarnaast werd hij in 1896 directeur van de muziekschool.
In 1919 verruilde hij Utrecht voor Den Haag, waar hij directeur werd van het Conservatorium en dirigeerde het Haagse Toonkunstkoor. 


In 1889 schreef hij de Cantate De Schipbreuk op tekst van Gerrit van de Linde, beter bekend onder de naam De Schoolmeester. Johan Wagenaar trouwde met Dina van Valkenburg. Het paar kreeg twee dochters; Nelly, een bekend pianiste ( 1898 tot 1985 ) en Johanna, componiste en pianiste ( 1900 tot 1990).


De Cantate bevat bekende volksliedjes als "Zie daar komt Paul Jonas aan", "Hinke de pinkel daar ga ik heen ",  Ik stond laatst voor een poppenkraam", en "Altijd is Kortjakje ziek".
Wagenaar persifleert uiteenlopende muziekstijlen zoals een Italiaanse ara, een zeemanskoor, een fuga en een echte Weense wals. Maar uitvoerders moeten niet denken, dat deze Cantate een niemendalletje is. Wagenaar doorspekt De Schipbreuk met moderne modulaties, dissonanten en harmonische wendingen, die het publiek rond 1900 vreemd in de oren zullen hebben geklonken. Feitelijk parodieert Wagenaar de oubolligheden in de cultuur van die tijd.


Geen opmerkingen: