zaterdag 19 oktober 2013

Frank de Kleer over zijn verzameling tokkelinstrumenten


Schrijver van dit blog is lid van de Probusclub "de Vrije Heeren"; deze club bestaat uit 39 gepensioneerde mannen die tweemaal per maand bij elkaar komen. De ene keer om te luisteren naar een lezing en de tweede keer voor het bijwonen van een excursie.
In juni hadden we een lezing over flamencomuziek gegeven door een plaatsgenoot Frank de Kleer die zeer virtuoos de flamencogitaar bespeelt. Hij vertelde mij toen dat hij een deel van zijn verzameling tokkelinstrumenten gedurende de maanden oktober en november tentoonstelde in het Stedelijk Museum als onderdeel van de tentoonstelling Rhythms of  Pain and Hope. met kunstwerken van de sinds 1994 in Nederland woonachtige Irakeze kunstenaar Qassim Alsaedy en dat als wij dat interessant vonden iets over deze verzameling wilde vertellen en tevens ook wat laten horen.
Dat is afgelopen woensdagmiddag gebeurd en daar wil ik iets over vertellen. Als eerste vertelde Frank iets over de geschiedenis van de gitaar. 

In de 16de eeuw werd de Renaissance gitaar gebruikt; deze is kleiner dan klassieke gitaar en ook dunner. Hoe de klank is kunt u horen op deze you tube opname.
In de 17de en 18de eeuw gebruikte men de barok gitaar en hoe dit instrument klonk is te beluisteren op onderstaande opname.

Aan het einde van de 18de eeuw veranderden de tot dan toe gebruikte gitaren, ze werden robuuster en het was vooral de Spaanse gitaarbouwer Torres die een type gitaar bouwde dat nog steeds standaard is voor de klassieke gitaar, waar bij de hals boven op het klankbord is bevestigd.
In tegenstelling met de renaissance-en barok gitaar is er weinig versiering.
Het was Andres Segovia die ervoor heeft gezorgd dat dit instrument in de klassieke muziek zijn plaats vond en daarom hier een opname van deze beroemde gitarist.


Naast de klassieke gitaar ontwikkelde zich de flamencogitaar, die qua grootte overeenkomt met de klassieke gitaar; maar omdat de klankkast ook gebruikt wordt als percussie is deze aande bovenkant van hard vurenhout en zijn de zijkanten en de onderkant van lichter hout vervaardigd b.v. cypressehout.

Waarschijnlijk is de flamenco via India in Spanje terecht gekomen, maar er zijn ook duidelijk Arabische invloeden te herkennen. Het dient als begeleiding bij de dans en zang, maar wordt ook als soloinstrument gebruikt.


In Portugal ontwikkelden zich als tegenhanger van de flamencogitaar de Guitarra portugesa en de Viola de fado. Beiden dienden als begeleidingsinstrumenten van de Fado, het portugese lied over
pijn, hoop en liefde.


We verlaten zuid-west Europa en gaan naar Zuid-Oost Europa. Dankzij de film Zorba the Greek kwamen we hier in aanraking met de Griekse volksmuziek en Frank laat ons een tokkelinstrument uit dit land zien en horen nl. de Bouziki. Oorspronkelijk afkomstig uit Turkije. Het heeft een luitachtige vorm met een gitaarhals vaak met fraaie decoraties.

Dit instrument klinkt als volgt.
De Griekse tegenhanger van de Fado kunnen we de Rebetika muziek noemen, die we jammer genoeg nauwelijks in Nederland horen.

 De Turkse invloed op de Balkan is altijd zeer groot geweest en daardoor worden in al de Balkanstaten instrumenten gebruikt die veelal afgeleid zijn van de Turkse Saz.


Dit instrument klinkt ook bij de wervelende dans van de Derwish, een van de Islam en het Christendom afgeleide spirituele godsdienst, die zich al ronddraaiend in trance brengen.

Wie wel eens in het diepe zuiden van Italiƫ of Sardiniƫ is geweest, heeft misschien de zeer spontane mannenzang gehoord, een samenspel van een zeer hoge stem met daaronder de grondtoon voortgebracht door diepe basstemmen. De begeleiding geschiedt op een grote akoestische gitaar, die lager gestemd is dan de normale klassieke gitaar.

Frank neemt ons vervolgens mee naar de meer "jazzy"kant van de muziek en vertelt ons het een en ander uit het levensverhaal van de beroemde Django Reinhardt, die door een ongeval van  zijn linkerhand twee vingers moest missen en zich daardoor een bepaalde manier van spelen aanleerde.

 In het verlengde hiervan voert Frank ons mee naar de wereld van het diepe zuiden van de Verenigde Staten aan het begin van de 20ste eeuw, de tijd van de Blues. Frank laat ons een bluesgitaar zien en horen. Deze gitaren zijn niet gemaakt van hout, maar van dun metaal en bij het spelen gebruikt de speler een soort buisje, waardoor een bepaalde resonans werd verkregen.
Frank laat ons een oude blues horen van de beroemde Muddy Waters.

Tot slot van deze lezing laat Frank ons een nummer van de beroemde Ukelelespeler Roy Schmeck horen, die in zijn tijd enorm populair was.


Het uur is voorbijgevlogen, want Frank is een boeiend verteller bij wie de passie en het enthousiasme afstraalt en weet lov er te brengen op zijn toehoorders.








Geen opmerkingen: