donderdag 31 mei 2012

James Loudon




Het is vandaag 112 jaar geleden dat mijn persoon die centraal staat in dit blog is overleden. James Loudon stierf 31 mei 1900 op 75 jarige leeftijd in Deen Haag, de stad waar hij op 8 juni 1824 het levenslicht zag.
Zijn vader was afkomstig uit Engeland die op Java een suiker-en indigofabriek bezat. James ging naar de Leidse Universiteit om er rechten te studeren en zoals vele jongemannen voor- en na hem vertrok hij als jong advocaat naar Nederlands Indië en woonde in Batavia. Hij maakte al snel carriëre en zijn roem snel hem vooruit en teruggekeerd in Nederland werd hij 14 maart 1861 benoemd tot minister van koloniën.
Maar het kabinet waar hij deel van uit maakte dat geleid werd door Van Zuylen van Nijevelt en Van Heemstra viel al na een jaar. Hij verliet de actieve politiek en werd commissaris van de koningin in de provincie Zuid Holland.

Tijdens zijn ministerschap pleitte hij ervoor om gebieden in Nederlands Indië zoals Borneo en Sumatra die door Engeland begeerd werden met rust te laten omdat hij vond dat Nederland niet nog meer gebieden moest veroveren. Hij was bang dat juist deze handelswijze het gezag verder zou ondermijnen, wat zou leiden tot een spoedige teloorgang.

In 1872 deed men toch weer een beroep op hem en vertrok hij als gouverneur-generaal naar Nederlands-Indië. Hij probeerde daar goede sier te maken door Multatuli eerherstel te verlenen en de ontslagen ambtenaren weer in dienst te nemen. In tegenspraak hiermee verbood hij kranten en andere media nog negatieve berichten over het gezag te publiceren en toen daar door een redacteur van de Semarangsche Courant Mr. Winckel geen gevolg werd gegeven, gaf hij het bevel deze man terug te sturen naar Nederland. Dat was natuurlijk geen liberaal  handelen.

Loudon stond onder grote invloed van zijn personlijk adjudant J.J. de Rochemont en en die zette hem aan om zeer tendieuze berichten naar Nederland te sturen over de toestand in Atjeh. Dat was voor de Nederlandse regering aanleiding om de eerste Atjeh-oorlog te beginnen. Het Nederlandse leger stond onder leiding van Johan Harmen Rudolf Köhler dat een zware nederlaag leed tegen de opstandelingen.
Loudon stelde een onderzoekscommissie in die deze nederlaag moest onderzoeken; lid van deze commissie was de havik Generaal-majoor Verspijk, deze wist het onderzoek zo te manipuleren dat hij het commando kreeg over de 2de Atjeh expeditie. Maar dit eigenmachtig optreden van Loudon werd gedwarsboomd door Den Haag, dat Generaal van Swieten benoemde tot bevelhebber. Maar deze ingreep door Den Haag lokte veel protest uit bij het Indisch leger, omdat veel officieren daarvan werden gepasseerd.

In 1874 op december kwam er een einde aan het minder succesvolle optreden van Loudon als gouverneur-generaal en benoemde Den Haag Johan Wilhelm van Lansberge tot zijn opvolger.

Geen opmerkingen: